Kennisbank.
Voegwerk in metselwerk herstellen
In Nederland wordt metselwerk meestal niet direct afgewerkt tijdens het metselen, maar achteraf gevoegd. De voegen bepalen in hoge mate de duurzaamheid, waterdichtheid en uitstraling van de gevel. Slecht of verouderd voegwerk kan leiden tot vochtproblemen, mosgroei en schade aan het metselwerk.
Voegen moeten in goede conditie verkeren om vochtdoorslag, lekkages en vervuiling te voorkomen. Herstel of vervanging van voegen is noodzakelijk als:
- de voeghardheid onvoldoende is;
- voegen poreus, verzand of verbrokkeld zijn;
- er vochtplekken, scheuren of mosvorming zichtbaar zijn;
- het esthetische beeld van de gevel is aangetast.
Oorzaken van aantasting
Voegwerk veroudert door regen, vorst en temperatuurwisselingen, waardoor de hechting en dichtheid afnemen en vocht kan binnendringen. Daarnaast kunnen chemische invloeden zoals zure regen en luchtvervuiling het bindmiddel in de mortel aantasten. Ook vocht en biologische groei, zoals mos en algen, verzwakken poreus voegwerk, waardoor dit sneller verzandt of loslaat.
Verwijderen van oud voegwerk
Versleten voegwerk moet volledig worden verwijderd voordat nieuw voegwerk kan worden aangebracht. Dit kan door slijpen of hakken, afhankelijk van de situatie. Belangrijke aandachtspunten:
- de verwijderingsdiepte moet voldoende zijn (meestal 15–20 mm);
- het omliggende metselwerk mag niet worden beschadigd;
- na het uithakken wordt de gevel zorgvuldig gereinigd om stof en resten te verwijderen. De gekozen reinigingsmethode hangt af van het type gevelmateriaal en de vervuiling (zie ook het kennisartikel Methoden Gevelreiniging).
Eisen aan nieuw voegwerk
Voor het aanbrengen van nieuw voegwerk wordt de gewenste voeghardheidsklasse (VH) bepaald. Deze geeft aan hoe hard en duurzaam de voeg moet zijn. De minimale klasse hangt af van het gebruiksdoel, de ligging van de gevel en de belasting door weer en milieu. Naast de technische eigenschappen speelt ook de esthetische keuze een rol. Veelgebruikte voegtypen zijn:
- Terugliggende voeg
- Platvolle voeg
- Snijvoeg
- Knipvoeg
De voegbreedte en het profiel beïnvloeden zowel het uiterlijk als de levensduur van de gevel. De gekozen voeghardheidsklasse moet altijd passen bij het gekozen voegtype.
Weersinvloeden tijdens het voegen
Voegwerk mag alleen worden uitgevoerd bij geschikte weersomstandigheden. Te lage of te hoge temperaturen, regen of sterke wind kunnen de kwaliteit van de mortel negatief beïnvloeden. Bescherming van het werkvlak is daarom vaak noodzakelijk. Na herstel of vernieuwing van het voegwerk wordt vaak een hydrofoberende impregneerlaag aangebracht. Deze maakt de gevel waterafstotend maar dampdoorlatend, waardoor vocht minder gemakkelijk binnendringt en vuil zich minder hecht. Dit verlengt de levensduur van het voegwerk aanzienlijk.
Delen
- 0


